Steeds meer onderzoek toont een sterke link tussen darmflora en mentale gezondheid, zoals depressie, angst en stemmingsstoornissen. Darmbacteriën communiceren rechtstreeks met het zenuwstelsel via de darm-hersenas (gut-brain axis). Hoe beïnvloeden microbioom en dieet elkaar? Verschilt dit per cultuur of bevolkingsgroep?
Variatie toen vs. nu – de kloof is enorm
Wat we uit archeologie, etnobotanie en antropologie weten:
-
Jager-verzamelaars gebruikten duizenden eetbare plantensoorten wereldwijd
(schattingen lopen uiteen van ~7.000 tot >20.000, afhankelijk van regio en definitie). -
Het dieet was seizoensgebonden, lokaal en extreem divers: wortels, knollen, bladeren, bast, zaden, bessen, noten, paddenstoelen.
-
Zelfs binnen één soort (bijv. knollen of bessen) was er genetische en chemische variatie.
Daartegenover staat het moderne westerse dieet:
-
60% van de calorieën komt uit 3 gewassen: tarwe, rijst en maïs
-
90% van alle calorieën komt wereldwijd uit ongeveer 12 planten en 5 diersoorten
-
In de praktijk eten veel mensen dagelijks dezelfde grondstoffen, alleen in andere vormen:
-
tarwe → brood, pasta, koek
-
maïs → glucose-fructosestroop, veevoer
-
soja → olie, toevoegingen
-
“Variatie” is vaak cosmetisch, niet biologisch.
Wetenschappelijk bewijs toont aan dat het menselijk microbioom zich aanpast aan het dieet van een bevolking. Dit bepaalt hoe efficiënt mensen voeding verteren en voedingsstoffen benutten. Dus waarom variatie?
Japanners en zeewier: adaptatie van de darmflora
Zeewier wint aan populariteit, maar is ons westerse darmstelsel er klaar voor?
Er zijn echt onderzoeksresultaten die laten zien dat de darmflora van Japanners unieke eigenschappen heeft waardoor ze bepaalde componenten van zeewier beter kunnen afbreken dan westerse darmflora:
-
In een studie werd ontdekt dat de darmen van Japanners bacteriën bevatten met genen die afkomstig zijn van mariene (zeebacteriële) bacteriën. Deze genen coderen voor enzymen die specifieke complexe koolhydraten uit zeewier kunnen afbreken. Dit genetische materiaal vermoedelijk via horizontale gentransfer in de darmflora terechtkwam omdat Japanners al eeuwenlang veel zeewier eten.
-
In westerse populaties (bijvoorbeeld Noord-Amerikanen) worden deze specifieke genen in darmbacteriën zelden gevonden, wat suggereert dat deze adaptatie gekoppeld is aan langdurige blootstelling aan dat dieet.
Kort gezegd: Japanners hebben een microbioom dat beter uitgerust is om bepaalde zeewiervezels en -componenten af te breken dan mensen die dat soort voedseltraditie niet hebben. Dit weerspiegelt een echte microbieel-evolutionaire respons op dieetpatronen.
Microbioom en dieet: algemeen principe
De samenstelling van de darmflora verschilt sterk per populatie en wordt sterk door dieet gevormd:
-
Traditionele diëten (rijk aan vezels, gefermenteerde producten of specifieke plantaardige/zeevruchten) ondersteunen microben die deze voedingsstoffen kunnen fermenteren.
-
Traditionele volkeren die veel dierlijke vetten en weinig vezels eten, zoals Inuit, laten andere microbiële samenstellingen zien dan bijvoorbeeld mensen met een vezelrijk dieet.
Dit onderzoek bevestigt dat inheemse volkeren een darmflora hebben die specifiek is afgestemd op hun lokale dieet. Dit inzicht wordt breed ondersteund door microbiome-onderzoek, waaruit blijkt dat dieet een cruciale rol speelt in welke microben floreren in de darmen.
Het verhaal over Inuit-volkeren (zoals in Groenland) is complexer dan enkel hun dieet:
✔️ Genetische adaptaties
-
Inuit hebben genetische aanpassingen in hun eigen menselijke genen die verband houden met vetzuurmetabolisme en de verwerking van een dieet dat extreem rijk is aan marine vetten (omega-3-rijke vetten uit zeehond, walvis, vis). Dit is een voorbeeld van populatie-adaptatie aan lokale voeding en klimaat.
❓ Hart- en vaatziekten
-
Oudere claims dat Inuit geen hart- en vaatziekten kennen zijn te simplistisch. Historische autopsiestudies en modern onderzoek laten zien dat cardiovasculaire gezondheid complex is en beïnvloed wordt door genetica, leefstijl en de introductie van westerse voedingsmiddelen.
🧬 Microbioom van Inuit
-
Moderne microbiome-analyses tonen aan dat het darmmicrobioom van Inuit niet radicaal anders is dan dat van westerse mensen met een westers dieet. Het bevat wel subtiele verschillen in relatieve abundantie van bepaalde stammen, maar de grote lijnen zijn vergelijkbaar, vooral als de Inuit een meer gemengd/westers dieet volgen.
Dus: hun microbiota is anders, maar niet op een manier die een magische bescherming tegen hart- en vaatziekten verklaart. Dietaire factoren en leefstijl blijven relevante determinanten.
Darmflora: waarom variatie essentieel is
De kern:
👉 Elke bacteriesoort in je darm heeft zijn eigen favoriete substraat.
-
Verschillende vezels, polyfenolen en plantenstoffen voeden verschillende bacteriën
-
Minder variatie = minder niches = minder microbiële diversiteit
-
Lage diversiteit wordt consequent geassocieerd met:
-
metabole ziekten
-
ontstekingsziekten
-
auto-immuunproblemen
-
stemmings- en stressstoornissen
-
Wat studies steeds laten zien:
-
Traditionele volkeren (Hadza, Tsimané, Amazone, Papua) hebben:
-
veel hogere microbiële diversiteit
-
bacteriestammen die bij westerlingen bijna verdwenen zijn
-
-
Wanneer deze volkeren overschakelen op westers voedsel:
-
verdwijnt een deel van hun darmflora binnen één generatie
-
sommige bacteriën komen niet meer terug
-
Dat laatste is cruciaal:
verlies van microbiële soorten kan permanent zijn.
“Desastreus voor onze gezondheid” – klopt dat?
Ja, maar het is geen simplistische één-op-één relatie.
Wat wél stevig onderbouwd is:
-
Laag-divers microbioom ↔ verhoogde laaggradige ontsteking
-
Verminderde productie van:
-
korte-keten vetzuren (zoals butyraat)
-
immunomodulerende metabolieten
-
-
Grotere doorlaatbaarheid van de darmwand (leaky gut-mechanismen)
Wat belangrijk is om niet te overdrijven:
-
Niet iedere moderne ziekte komt hieruit voort
-
Genetica, stress, toxines, slaap, beweging spelen óók mee
-
Maar: voeding is de belangrijkste architect van het microbioom
Waarom denken we dan dat we “gevarieerd” eten?
Omdat we variatie verwarren met: smaken, producten, merken, bereidingen
Maar biologisch telt: aantal verschillende planten per week, mate van bewerking, aanwezigheid van intacte vezels en polyfenolen
Een pizza met: tomatensaus, tarwe, kaas, oregano is cultureel gevarieerd, maar microbieel arm.
De paradox van vooruitgang
We hebben: meer voedsel dan ooit, minder echte diversiteit dan ooit. En dat wringt precies op het niveau van: darmflora, immuunsysteem, metabole flexibiliteit
Of zoals sommige microbiologen het samenvatten: We eten veel, maar voeden weinig.
Conclusie
Ja, je microbioom kan zich aanpassen aan wat je traditioneel eet. Mensen die eeuwenlang zeewier eten ontwikkelen bacteriën die het beter kunnen afbreken. Maar het effect op gezondheid (bijv. hart- en vaatziekten bij Inuit) is veel complexer dan enkel het dieet: het gaat om genetische factoren, leefstijl én recente wijzigingen naar een westers dieet. Ja, de moderne westerse mens eet structureel te eenzijdig, ondanks de illusie van keuze. En ja studies laten consistent zien dat dit de darmflora verarmt, met brede gevolgen voor gezondheid en veerkracht.
Darm en mentale gezondheid!
Er is steeds meer bewijs voor een nauw verband tussen de staat van onze darmflora en mentale gezondheid, waaronder depressie, angst en stemmingsstoornissen.
Onze darmbacteriën staan in directe communicatie met het zenuwstelsel via wat we de darm-hersenas (gut–brain axis) noemen. Dit is een tweerichtingssysteem waarin:
-
zenuwsignalen (o.a. via de nervus vagus),
-
immuunreacties,
-
hormonen en
-
bacteriële metabolieten
continu informatie uitwisselen tussen darm en brein.
De darmen bevatten bovendien een enorm netwerk van zenuwcellen — het enterisch zenuwstelsel — dat vaak het “tweede brein” wordt genoemd. In die zin is de darm geen verlengstuk, maar een nauw samenwerkend partnerorgaan van de hersenen.
Onze darmbacteriën beïnvloeden onder andere:
-
de productie en beschikbaarheid van neurotransmitters (zoals serotonine, dopamine en GABA),
-
ontstekingsprocessen,
-
stressresponsen,
-
en de doorlaatbaarheid van de darmwand.
Via deze routes kunnen ze vrij direct invloed uitoefenen op hoe we ons voelen, hoe stress wordt verwerkt en hoe veerkrachtig het brein functioneert.
Geraffineerde koolhydraten en dementia/Alzheimer
Er zijn epidemiologische verbanden gevonden tussen een dieet rijk aan geraffineerde koolhydraten (zoals suiker, wit brood, snacks) en een verhoogd risico op cognitieve achteruitgang, milde cognitieve stoornissen en dementie, vooral bij mensen met genetische risicofactoren zoals APOE-ε4.
Mechanistisch wordt gedacht dat hoge glycemische belasting:
-
leidt tot hyperglykemie en herseninsulineresistentie,
-
verhoogde neuro-inflammatie,
-
oxidatieve stress in de hersenen,
wat de kans op neurodegeneratie zou kunnen vergroten.
Dit ondersteunt de gedachte dat een dieet met veel snel opneembare koolhydraten een ongunstige invloed op cognitieve gezondheid kan hebben.
Vetten zijn niet allemaal hetzelfde
Het effect van vetten op Alzheimer is afhankelijk van het type vet: Verzadigde vetten en transvetten
-
Transvetten zijn inderdaad industriële, geraffineerde vetten
→ ontstaan door harding en verhitting
→ ondubbelzinnig schadelijk (hart- en vaatziekten, ontsteking, cognitieve schade) -
Verzadigde vetten uit natuurlijke bronnen (boter, volle zuivel, eieren, vlees van dieren) zijn iets totaal anders:
-
zorgen voor verzadiging (minder snel honger)
-
stabiel bij verhitting
-
minder insulinepieken dan snelle koolhydraten
-
Dat verzadigde vetten “automatisch slecht” zijn, is wetenschappelijk niet houdbaar als algemene uitspraak. Context, hoeveelheid en voedingsmatrix doen ertoe.
Ancel Keys – wat hij wél en niet “verprutste” over verzadigd vet
Wat klopt:
-
De Seven Countries Study selecteerde landen die het verband tussen verzadigd vet en hartziekte ondersteunden.
-
Landen met hoge vetconsumptie maar lage hartziekte (zoals Frankrijk) werden genegeerd.
-
Zijn hypotheses werden beleidsdogma, lang voordat ze causaal bewezen waren.
Gevolg: Vet werd de vijand- Industrie verving vet door:
-
suiker
-
zetmeel
-
ultrabewerking
-
“Low fat” werd in praktijk: high refined carb
✔️ Onverzadigde vetten
Daarentegen laten meerdere onderzoeken zien dat mede door onverzadigde vetten (bijv. uit vis, noten, olijfolie) oudere volwassenen een lager risico op cognitieve achteruitgang en dementie hebben wat ook past bij observaties rond de Mediterrane voeding.
👉 Vetkwaliteit lijkt belangrijker dan puur de hoeveelheid vet.
Meer geraffineerde koolhydraten → meer dementie?
Wat we wél weten:
-
Hoge glycemische belasting ↔
-
insulineresistentie
-
chronische ontsteking
-
verhoogd risico op cognitieve achteruitgang
-
-
Alzheimer wordt steeds vaker beschreven als: “type 3 diabetes” (functionele insulineresistentie in de hersenen)
Wat we níet hard causaal kunnen bewijzen:
Dat de voedingsrichtlijnen van de jaren 60 direct dementie hebben veroorzaakt.
Maar…
👉 Het tijdspatroon klopt opvallend: Generaties die opgroeiden met:
-
vetarm
-
suiker- en zetmeelrijk
-
sterk bewerkt voedsel
-
Zien we nu een massale terugkeer naar verzorgingshuizen door de vergrijzing?????🤔
Dat is geen bewijs, maar wel een consistent epidemiologisch signaal dat serieus wordt onderzocht.
Positie (Duidelijk en Eerlijk)
-
✔️ Transvetten: bewezen schadelijk voor de gezondheid
-
✔️ Geraffineerde koolhydraten: problematisch bij regelmatige, langdurige consumptie
-
✔️ Verzadigde vetten: geen vijand, zolang ze natuurlijk en in balans worden geconsumeerd
-
✔️ Het vetarme dieet heeft onbedoeld meer schade aangericht dan opgelost
-
✔️ Variatie in voeding is niet altijd noodzakelijk voor iedereen
-
✔️ Ontdek welk dosha-type bij jou past om voeding beter af te stemmen
Voeding afgestemd op jouw lichaam: ontdek welk dosha-type bij jou past.
Hoe mijn visie over voeding kantelde.
#microbioom, #alzheimer, #zeewier #japan
Reactie plaatsen
Reacties